Gisteren vertelde ik een collega dat we vandaag gingen behangen. “Tjee, da’s ouderwets”, zei ze verbaasd… Maar toch vind ik het nog steeds wel wat hebben. Het ging om de kamer van Alice en die had een leuk, fris behangetje uitgezocht in lavendelkleurtjes. Nu is behangen voor mij niet zo zeer ouderwets, maar omdat ik het misschien inmiddels in mijn leven ‘al’ drie keer heb gedaan, vergeet ik iedere keer hoe het ook alweer precies moet. Gelukkig is daar opa, een ervaren behanger (en wat kan die man eigenlijk niet! nee, ik heb niks nodig!!). En die was bereid vandaag nog eens les te geven. Misschien een goed idee het nog eens op te schrijven zodat ik het de volgende keer alleen kan. Hoewel het weer heel gezellig was met opa en een stukkie muziek. En het resultaat is mooi! Eerst maar eens een fotootje voor degenen die niet verder willen lezen en daaronder het recept voor dit fraais.

Benodigdheden
Om te behangen heb je nodig:
- behang natuurlijk…
- plaksel (het spul van Perfax is altijd goed)
- emmer
- lijmkwast
- behangtafel (mijn vader had net een nieuwe gekocht bij de Praxis voor nog geen € 15)
- behangersmes
- behangerslat
- behangersborstel
- schaar
- duimstok en potlood
Voorbereiding
Dat de muren netjes schoon en vlak moeten zijn, lijkt me helder. Behang afhalen kan een hele klus zijn, maar ik vind het altijd het prettigst van een schone muur uit te gaan zonder oude behanglagen er onder. Dan kan het echte behangen beginnen. En dat begint met het maken van de lijm. Sterker nog, het beste kun je de lijm al de vorige dag aanmaken. Ze moet namelijk minimaal een half uur maar liefst langer staan. Maak de lijm volgens de instructies op de verpakking. Ze is dan meestal iets te dik. Gewoon een klein beetje water toevoegen en goed roeren met de lijmkwast totdat het goed voelt. Niet te dik, maar zeker ook niet te dun. Zet de behangtafel klaar en bevestig de behangerslat met een paar punaises aan één kant van de tafel. Snij vervolgens het behang in banen van de juiste lengte. Hou ongeveer 5 cm speling over voor het afknippen langs de plint. Het is natuurlijk belangrijk dat de banen goed recht afgesneden worden, anders moet je ook langs het plafond iedere keer knippen. Dat is niet zo heel moeilijk: vouw gewoon de banen behang op de juiste lengte dubbel en hou de randen goed op elkaar. Vouw dan de bovenrand goed dubbel en snij met het behangersmes de baan af.
Het behangen
Met de lijm en de banen klaar, kunnen we beginnen. Je begint met het lijmen van de afgesneden banen behang. Leg daartoe de bovenste baan behang (uiteraard met de goede kant naar onderen) op de behangtafel en laat de baan een klein stukje oversteken over de behangerslat aan de lange kant en de bovenkant van de tafel aan de korte kant. Leg de volgende baan alvast een beetje onder de bovenste uit zodat je zo min mogelijk lijm op de tafel smeert. Zet de emmer met lijm op de baan en begin te smeren. Het is belangrijk vooral de randen en de hoeken goed te raken. Smeer daarom in een soort X-patroon naar de randen toe. Niet evenwijdig aan de randen smeren, want dan is de kans groot dat je lijm aan de goede kant van het behang krijgt. Wees niet te zuinig met de lijm. Je gebruikt eerder te weinig dan te veel! Als je de bovenkant van de baan hebt ingesmeerd, vouw je die bovenkant voorzichtig dubbel. Hou die kant iets korter dan de rest van de baan zodat je straks goed kunt herkennen wat de bovenkant is. Trek vervolgens de baan met het dubbelgevouwen deel over de bovenkant van de tafel heen, leg alles weer netjes evenwijdig met de behangerslat, maar wel iets over laten steken (de lat kan gaan roesten en dan krijg je de volgende keer roestvlekken in je behang…), en smeer het onderste deel van de baan goed in met lijm. Vouw hierna ook de onderkant dubbel, zo dicht mogelijk tegen het dubbelgevouwen bovenste deel aan. Wanneer je een baan moet snijden omdat het geen hele baan wordt, is het extra belangrijk bij het dubbelvouwen dit goed recht te doen. Het werkt het prettigst wanneer één behanger de banen inpapt en de ander de banen opplakt. Je kunt dan rustig een paar banen alvast klaar hebben liggen.
Het op de muur plakken van de banen begint met de bovenkant evenwijdig langs het plafond te houden en de baan rustig te laten zakken. Je gebruikt de behangersborstel om de baan netjes tegen de muur te kloppen en te vegen. Niet teveel met je handen wrijven, al kun je de baan wel met je handen nog wat verschuiven. Ontstaan er te grote bobbels in het behang, trek je de baan gewoon weer even los van de muur en doe je het nog een keer. Langs de plint laat je de baan er overheen hangen waarna je met de botte kant van een schaar even goed de baan tegen de muur drukt. Vervolgens knip je de baan langs de zo ontstane vouwlijn af. Heb je in een hoek geen hele baan nodig, meet je eerst de breedte van de benodigde baan op. Dat teken je vervolgens af op het behang waarna je een ingepapte baan behang met de breedte markeringen langs de behangerslat op de tafel legt. Hierna gebruik je het behangersmes om de baan op de juiste breedte te snijden. Hierbij heb je wel een paar handen extra nodig om alles goed vast en strak te houden! Lastige plekken (zoals een wastafel tegen de muur) geven natuurlijk een hoop oponthoud. Hier is het een kwestie van veel passen, vouwen en de schaar gebruiken om alles zo netjes mogelijk overal omheen te knippen en te plakken.
Als je net zo’n Pietje Precies als ik ben, is behangen in het begin een wat frustrerend klusje. Al dat geklieder met lijm en dat natte behang wat net niet helemaal doet wat jij wilt… Maar eigenlijk moet je gewoon niet te precies kijken. Ziet het behang er direct na het behangen nog niet zo netjes uit, een paar uur later is dat al een stuk beter en zijn de meeste oneffenheden al niet meer te zien. En een dag later is het meestal helemaal prachtig. Zo opa, het ligt vast voor het nageslacht. Zodat binnen de Geurtsen familie het behangen niet ouderwets zal worden!
O ja, mocht je nog meer professionele tips zoeken over behangen, Google dan maar eens op ‘behangen’. Er zijn zelfs complete filmpjes te vinden over hoe het zou moeten!