Speciaal voor Niels, weer een Nederlandse taalles. Met dit keer als onderwerp: achtervoegsels.
Afleidingen op –s
Is het Hans’s blog of Hans’ blog? De hoofdregel voor de bezits-s luidt: schrijf de bezits-s direct achter het woord, tenzij dit kan leiden tot een verkeerde uitspraak of tenzij het woord al op een s-klank eindigt. Nicos of Andreas (wanneer iemand Andrea heet) leidt tot een verkeerde uitspraak. Nicoos is uitgesloten: bij bezitsvormen worden klanken nooit verdubbeld. Daarom: Nico’s auto. Marnix eindigt op een s-klank (x=ks). In dat geval schrijf je in plaats van de bezits-s een apostrof direct na de x van Marnix. Maar eindigt de naam op een onuitgesproken x of z, dan schrijf je de –s er weer aan vast. Dus je schrijft: Dutrouxs.
Correct is: De Almelose cabaretier Herman Finkers wordt in menig Almeloos café geroemd; ja hij is waarlijk Almelo’s trots.
Almelose en Almeloos zijn bijvoeglijke naamwoorden die afgeleid zijn van Almelo. Vergelijkbaar zijn: Amsterdamse grachten, Brusselse kermis, Hollandse kaas. Bij dergelijke vormen komt de -s(e) meestal gewoon achter het woord; een klinker wordt zo nodig verdubbeld (Almeloos). Dus: De Almelose cabaretier en menig Almeloos café. Schrijf bij de afleidingen op s(e) en st(e) geen s als het woord eindigt op een als sisklank uitgesproken s, x, z, sh, sj, en sch. Dus je schrijft Parijse nachten en de logischte route.
Almelo’s trots: hier hebben we te maken met een bezitsvorm: de trots van Almelo.
Correct is: Voor een gezond leven zijn hobby’s onontbeerlijk, bijvoorbeeld cd’s beluisteren, cafés bezoeken of sport beoefenen op verschillende niveaus. Ook foto’s maken kan een ontspannend effect hebben, en niet te vergeten cijfertjes invullen in sudoku’s. Denk ook aan dieren houden, zoals kaketoes en kanaries. En natuurlijk hoort het bijwonen van opera’s en operettes tot de vele opties.
De regel voor de meervouds- en bezits-s luidt: schrijf een apostrof als het woord eindigt op een klinker die geschreven wordt als a, e (uitgesproken als ee), i, o, u en y. Bijv. hobby’s, foto’s, sudoku’s, Harry’s en opera’s. De regel geldt niet voor klanken die weergegeven worden door meer letters, zoals in niveaus, kaketoes, kanaries en opties. Ook geldt de regel niet voor é in cafés en voor de stomme e in cijfertjes en operettes.
Voor afleidingen van afkortingen als cd geldt dat achtervoegsels een apostrof krijgen: cd’s. Voor de duidelijkheid wordt een apostrof gebruikt in het meervoud van een woord dat geen zelfstandig naamwoord is, dus je schrijft: ah’s en oh’s.
Alle regeltjes toegepast, krijg je dan bijvoorbeeld de volgende correcte zin:
Bush’s speechschrijver vond het hameren op Europa’s terrorisme niet het sterkste punt van zijn presidents optreden.
En dat allemaal op Hans’ blog… 
Verkleinwoorden
Is het sudokutje of sudoku’tje…?
Correct is: econoompje. Als je het verkleinwoord uitspreekt, hoor je een p. De regel is dat je deze dan ook opschrijft. Over het algemeen is het zo dat na een lange klinker (aa, ee en oo) gevolgd door een m de verkleinvorm pje optreedt.
Correct is: alineaatje, autootje, cafeetje, dineetje, tiramisu’tje, sudoku’tje. Alinea en auto eindigen op een helder uitgesproken klinker (aa, oo). Daarom verdubbel je deze letter in het verkleinwoord: alineaatje en autootje. De regel luidt dat je in verkleinwoorden van woorden die eindigen op een é ee schrijft: cafeetje. Diner is een uitzondering: dit Franse woord verandert bij verkleining in dineetje. Tiramisu’tje schrijf je niet met twee u’s, omdat je de u niet uitspreekt als een u, maar als een oe. De regel is dat je een apostrof schrijft in verkleinwoorden van woorden die eindigen op een als oe uitgesproken u. En dus is het (gelukkig…) niet sudokutje…
Correct is: baby’tje, sms’je en gsm’etje. Schrijf een apostrof in verkleinwoorden van woorden die eindigen op y en in verkleinwoorden van afkortingen. Als je daarnaast nog een klank hoort dan neem je deze letter mee in de spelling van het verkleinwoord. Na gsm hoor je etje. Dus je schrijft gsm’etje.
Correct is: bonbonnetje. Schrijf dit verkleinwoord zoals je het zegt. Er zijn geen uitzonderingsregels op van toepassing.
Vreemde woorden krijgen je of tje achter het grondwoord, ook al staat dat soms wat vreemd. Je schrijft dus: cakeje, jungletje, raceje. Of je tje moet schrijven, weet je als je het verkleinwoord uitspreekt. Hoor je een extra t, dan schrijf je hem ook.
Denk je, na al deze regels, dat de volgende opdracht een simpele is, dan krijg je nog een uitzondering. De opdracht luidt: welke van de volgende zinnen is fout:
- Hij maakte vaak gebruik van zijn camera-
tje.
- Hij was dol op kaarslicht en diner-
tjes.
- Hij ging ‘s avonds altijd even langs het café-
tje.
Ik dacht: “makkie” en antwoordde in volle overtuiging dat alle zinnen fout zijn. Fout…! Want: als een verkleinwoord aan het eind van de regel wordt afgebroken vóór het laatste woorddeel, dan wordt de oorspronkelijke spelling gehandhaafd, dus is het camera-tje en café-tje. Wie verzint het toch allemaal…
Lastige meervouden
Correct is: provinciën, melodieën, harmonieën, braderieën. Provincie heeft het woordaccent op de tweede lettergreep (províncie). Volgens de regel krijgt het meervoud dan geen extra e en eindigt het dan op -iën, dus schrijf je provinciën. Melodie, harmonie en braderie: als het enkelvoud van een woord op ie het woordaccent op de laatste lettergreep heeft, wordt de e verdubbeld. In melodie en harmonie ligt het woordaccent op de laatste lettergreep: melodíé en harmoníé. Daarom schrijf je melodieën en harmonieën.
De hoofdregel voor de meervouds-s is dat deze direct achter het woord komt.
Correct is: cadeaus, zoos (als in de zin "In vrijwel alle Europese zoos vind je chimpansees"). Eindigt een woord op een klinker die door meerdere letters wordt weergegeven dan komt de s aan het woord vast (dit is dus eigenlijk de hoodregel voor de meervouds-s).
Correct is: trio’s, introducés. Volgens de regel krijgt een woord dat eindigt op a, e, i, o, u en y een apostrof voor de meervouds-s. Verdubbeling van deze helder uitgesproken klinkers, komt alleen bij verkleinwoorden voor (triootje). Let op dat introducés de hoofdregel voor de meervouds-s volgt, omdat het niet eindigt op e. Het meervoud van collega is collega’s óf collegae. Dat komt omdat collega van oorsprong een Latijns woord is. Je mag dan de Latijnse óf de Nederlandse meervoudsuitgang gebruiken.
Correct is: Ik heb enkele katten, maar de gestreepte zijn het liefst. Achter woorden als sommige, enkele, beide, alle en meeste schrijf je een n als ze én zelfstandig gebruikt zijn én op personen slaan. In alle ander gevallen schrijf je geen n. Enkele is niet zelfstandig gebruikt: er staat katten achter. Daarom schrijf je geen n. Gestreepte is wel zelfstandig gebruikt, maar slaat niet op personen, maar op dieren. Daarom schrijf je geen n.
Correct is: Sommige CDA’ers geloven in de premier, andere niet. Andere is niet zelfstandig, omdat het zonder n geschreven is. Je moet er dan CDA’ers achter denken. Zou je anderen schrijven, dan bedoel je alle andere mensen, dus ook buiten het CDA. En dat betekent heel iets anders! Goed opletten wat er voortaan in de krant staat dus…
In de zin "Jan-Peter wilde vroeger wethouder én premier worden. Helaas is hij maar één van beide geworden." mag je beide niet met een n schrijven omdat het niet op een persoon, maar op een functie slaat.
Afleidingen op –er
Met dit onderdeel had ik over dit onderwerp duidelijk de minste moeite, al komt dat mede doordat veel eerder geleerde regels ook hierop van toepassing zijn. Eén keer ging ik tijdens de oefeningen fout: bingoër. Het woord bingoër is een afleiding van bingo. De twee klinkers o en e leveren een klinkerbotsing op omdat ze samen als één klank uitgesproken kunnen worden. Bij een klinkerbotsing in een afleiding krijg je een trema.